Kairos / Chronos – een verkenning van kleur en zwart/wit in beeldtaal

de Chronos van Goya

Goya's Chronos is de gulzige Vadertje Tijd die zelfs zijn eigen kind opvreet.

Voor de Maya’s waren de zon en de maan letterlijk even groot. Aan beide werd een grote invloed op het leven toegekend. Beide hadden hun eigen kalender. Aan de hand van die kalenders werd het dagelijks leven ingevuld.

Als ik overdag met geknepen ogen naar de zon kijk, zie ik een cirkel even groot als de volle maan in de nacht.

Een meteoriet, overblijfsel van een explosie, of van een botsing, zweeft met grote snelheid langs een ster. De ster trekt het stuk steen in een baan, laat het niet ontsnappen. Langzaam, gedurende miljoenen gangen rond de ster, trekt de meteoriet op haar beurt stofdeeltjes aan. Uiteindelijk ontstaat een planeet. Met een maan. Het lot bepaald dat er leven ontstaat op die plek. Mensen worden geboren. Ze zien de ster, ze zien de maan. Even groot.

De zon schijnt. Ik zit op een terrasje. De kleuren spetteren me tegemoet. Het groen is groener. Het blauw blauwer. De mooie vrouwen mooier. Tevergeefs probeer ik me de beelden in zwart/wit voor te stellen. Ze zeggen dat je in zwart/wit droomt, dat kleur aan de wakende wereld is voorbehouden. Dat zeggen ze. De mensen die ervoor geleerd hebben.
Maar in dromen, althans zo denk ik erover, is licht van een andere orde. Kleur, zoals we dat wakend waarnemen, komt inderdaad in dromen niet voor en hoewel datzelfde geldt voor zwart/wit, krijgt dat in de wakende wereld objectief gezien een groter raakvlak met de droomwereld. Intensiteit is in het droomlicht wel van belang en dat is natuurlijk de bepalende factor in het zwart/witte beeld, waar kleur wordt omgezet in meer of minder wit. Maar nogmaals: dat is objectief gezien en het is dan ook vooral een wetenschappelijk standpunt dat de droom zwart/wit zou zijn. Subjectief gezien geldt het tegenovergestelde. De meeste mensen (ik toch in elk geval) zijn verbaasd wanneer ze voor het eerst horen van de kleurloosheid van dromen. Ik kan mij dromen herinneren waarin het licht zo divers was, zo rijkgeschakeerd en intens, dat kleur in de wakende wereld mijn enige referentie is om mij te helpen nadenken en praten over die dromen.
Wat is nu het verschil tussen zwart/wit en kleur? Wat doet het waarnemen van een zwart/wit beeld met ons? En een beeld in kleur? Met tegenzin sta ik op van mijn stoel, wandel het cafe in en kies een tijdschrift uit het rek. Het is muziektijdschrift OOR. Ik ga weer in het zonnetje zitten en blader het tijdschrift door om het gebruik van zwart/wit en kleur te bestuderen.
Het eerste dat mij opvalt is dat zwart/wit vaak wordt gebruikt voor foto’s die verwijzen naar het verleden. Soms zijn het daadwerkelijk oude foto’s, maar ook een rubriek met korte beschrijvingen van recentelijk overleden artiesten wordt begeleid door zwart/wit foto’s. Hoewel van de artiesten ongetwijfeld ook kleurenfoto’s bestaan is hier bewust gekozen voor zwart/wit. Ik vermoed dat enkele foto’s zelfs digitaal zwart/wit zijn gemaakt.
Ik blader verder en noteer in mijn opschrijfboekje de volgende kenmerken:
zwart/wit:

  • documentair, afstand, objectiviteit
  • vroeger: verwijzend naar de verleden tijd; naar de tijd dat het gebeurde
  • verbeelding: vergt inleving van de toeschouwer, verplaatsing naar andere tijd

kleur:

  • fictef, betrokkenheid, subjectief
  • nu: het moment benadrukkend, het nu, uitschakelen van tijdsbesef
  • indulgent: nodigt uit tot overgave

kernverschil:

  • De zwart/wit foto past het moment van afdrukken in een chronologische lijn, als vast punt binnen een aaneengeschakelde reeks gebeurtenissen.
  • De kleurenfoto benadrukt het moment van afdrukken als het tijdloze nu, verschijningsvorm van de cyclische tijd.

Wij, moderne Westerlingen, kennen veelal alleen nog de chronologische tijd en sommigen van ons weten dat het woord chronologie is afgeleid van de Griekse god Chronos. Maar de Grieken kenden ook de cyclische tijd,

waarvan Kairos de god was. Kairos en Chronos bestonden naast elkaar, sloten elkaar niet uit. In de context van dit essay kunnen we dus zeggen dat Chronos de god van zwart/wit was en Kairos de god van kleur.

In het heersende wetenschappelijk wereldbeeld, dat dualistisch is, kan de droom niet zowel kleurloos als kleurrijk zijn en wordt de objectieve, zwart/witte interpretatie als geldend gezien. De subjectieve ervaring wordt min of meer afgedaan met diezelfde woorden: het is een subjectieve ervaring, en die vindt plaats in een gebied waar vele psychiologische en chemische factoren, samen met culturele gewoonten de dienst uitmaken. Dit wordt gezien als een haast onontwarbaar geheel, dat uiteindelijk gebaseerd is op de objectieve werkelijkheid: de droom blijft zwart/wit.
Omdat de chronologische tijd (die mannelijk is) de tijd is van het heersende, dualistische wereldbeeld, wordt aan deze tijd, en daarmee ook aan het zwart/witte beeld, een groter waarheidsgehalte toegekend dan aan het kleurenbeeld. Binnen de heersende wetenschappelijke doctrine wordt objectiviteit gekoppeld aan waarheid. (Hierin kun je bijvoorbeeld een aanleiding zien voor de terughoudendheid waarmee kwaliteitskranten de kleurenfoto begroetten.) Toch wordt de droom gewantrouwd. Ondanks het zwart/witte en dus betrouwbare uiterlijk dat de droom zou hebben, blijft de droomwereld voor de wetenschap grotendeels ongrijpbaar. De wetenschap probeert de droom in te lijven door haar zwart/wit te maken, maar elke keer dat geprobeerd wordt de droom op iets vast te pinnen, glipt ze terug naar het peilloze, het donkere, het onzegbare, kortom het vrouwelijke en slaapt de wetenschap droomloos verder.

Kairos is de reliëf van KairosGriekse god van de ontsnapping. Ontsnapping aan Chronos, aan het lot, dat een chronologisch verschijnsel is. (Denk aan lotsbestemming: in de cyclische tijd is bestemming een onbekend begrip, omdat het onderweg zijn impliceert en dat op zijn beurt impliceert ruimte en afstand; begrippen die in het nu van de cyclische tijd niet relevant zijn.) Kairos biedt de mogelijkheid te ontsnappen aan de chronologiosche tijd, naar de cyclische tijd, de tijd van het nu, van het eeuwige moment. Voor de mens, van wie het bestaan afhankelijk is van de ruimtetijd en dus van de chronologische voortgang ervan, kan deze ontsnapping alleen tijdelijk zijn. Altijd zal Chronos zijn onderdanen terug halen en weer netjes in de rij zetten.Tenzij, natuurlijk, de dood.
In het licht van deze ontsnappingsmogelijkheid, valt vooral het kleurgebruik in de reclame van nu op. Kleur wordt ingezet als middel om de toeschouwer een tijdloze wereld in te lokken. Een wereld waar het goed toeven is, waar je niet ouder wordt en waar alle zorgen die vastzitten aan de voortgang van de tijd verdwijnen. Natuurlijk wordt ook zwart/wit ingezet in de reclame. Vaak gaat het dan om reclame die gericht is op mannen, of die verwijst naar succes en macht en de luxe die hierdoor wordt bereikt.
Een interessant voorbeeld is de horlogereclame. We zien het zwart/witte portret van een knappe, goedgeklede man. Hij kijkt ons zelfverzekerd aan. Om zijn pols schittert een horloge en dit is het enige element van het beeld dat in kleur is afgedrukt. De boodschap is: dit is een man van de tijd, succesvol, midden in de chronologische wereld. Als statussymbool draagt hij een duur horloge. Hij draagt het als sieraad en een sieraad is natuurlijk een uiting van schoonheid, die tijdloos is.
De samenkomst van de kleur van Kairos en de tijd van Chronos in deze foto, is een ironische. De man wordt toegestaan aandacht te besteden aan schoonheid en dus aan de cyclische tijd van Kairos, maar dan alleen ter eer en glorie van het belangrijkste instrument van de de tijd van Chronos: de klok.
Deze connotatie van Chronos, (de mannelijke energie, Yang,) met zwart/wit en van Kairos, (de vrouwelijke energie, Yin,) met kleur, kun je in de hele beeldcultuur terug zien. Het feit dat kleur in de beeldcultuur zo’n enorme opmars heeft gemaakt, is een aanwijzing voor de opkomende Yin in onze samenleving. De beeldcultuur, en dan hoofdzakelijk de commerciele, staat van alle uitingen van onze samenleving het dichts bij de mensen, heeft de vinger op de pols.

Pantha Rei, niets staat stil. De fotografie probeert dit te logenstraffen, tevergeefs, zeker wanneer kleur gebruikt wordt. Niets wijst zo duidelijk op het stromen van de tijd als een vaal geworden foto. Met de zwart/wit foto proberen we onszelf voor de gek te houden. Ze verkleurt niet, lijkt onveranderlijk. (Let wel: vergeelde foto’s zijn in sepia afgedrukt en dus niet zwart/wit.) Maar tegelijkertijd benadrukt het zwart/wit het moment van afdrukken als een vaststaand moment in een vaststaande volgorde der dingen. Het is een hopeloze splagaat: proberen iets vast te houden waarvan je weet dat het niet te stoppen is. Eigenlijk zit elke vorm van kunst in deze splagaat. Kunst is een poging om iets (een verhaal, een idee, een gebeurtenis) aan de chronologie te onttrekken en te offeren aan Kairos, die het tijdloos onderdak verleent. Maar de enige manier om dit te doen is door het verhaal, de idee of gebeurtenis een vorm te geven in de ruimtetijd die beheerst wordt door de rucksichtlose Chronos en zijn IJzeren Pijl van de Vooruitgang. Wat de kunst rest is een verwijzing naar de cyclische tijd, nooit een verplaatsing daarnaartoe.
Misschien is het wel deze splagaat die het leven levend maakt. Springen wij niet voortdurend heen en weer van Kairos naar Chronos, tussen tijdloosheid en vooruitgang? Ik zag eens een documentaire op (kleuren)televisie. De camera registreerde het leven van een groep Mennonieten. In het dorp was geen spoor van geindustrialiseerd of geautomatiseerd leven te bekennen. Een vrouw deed een was op de hand. “Daar zijn wasmachines voor”, wist de documentairemaker de vrouw te vertellen, “waarom doet u het op deze manier?” De vrouw keek op, haar handen bleven over de broek op het wasbord wrijven. “Voor de eeuwigheid,” zei ze onnadrukkelijk. Haar ogen gleden even over het land, waar ergens achter de heuvels de mannen aan het werk waren, toen richtte ze zich weer volledig op de broek, het wasbord en haar handen.
Die ene kleine zin, voor de eeuwigheid, raakte iets in mij, de gevoelige snaar, zullen we maar zeggen. Dit korte antwoord wijst naar iets onzegbaars, naar de paradox van Kairos en Chronos. Die vrouw doet haar dagelijkse werk, jaar na jaar, tot aan haar dood. Ze vult het verstrijken van de chronologische tijd met steeds terugkerende handelingen. En haar dochters zullen dat werk van haar overnemen. Ze wonen in het huis van Chronos en wijzen naar het huis van Kairos. Een splagaat. Deze vrouw met haar wasbord, die ik zag op een televisie die ze verfoeid, heeft iets in mij wakker gemaakt. De echo van haar antwoord houd ik levend door eraan te denken wanneer ik een luier verschoon, aardappels schil of zomaar, als het in me opkomt. En elke keer dat ik eraan denk groeit het besef van het onzegbare een onzegbaar klein beetje.

Pantha Rei. Politieke stromingen komen en gaan, infrastructuur wordt aangepast, instituten verrijzen en brokkelen af. Dat is zo, maar al die veranderingen gaan langzamer dan en worden voorafgegaan door transformaties van het bewustzijn van de mens. Zo’n transformatie wordt weer voorafgegaan door een uitvinding, of ontdekking; een min of meer toevallige gebeurtenis die een zee aan nieuwe mogelijkheden ontsluit. Denk aan de boekdrukkunst en aan peniciline. Het is het bewustzijn dat bepalend is voor wat werkt in een samenleving en wat niet. Heeft het bewustzijn een verruimende sprong gemaakt, dan volgt een tijd van snelle aanpassing en ontwikkeling. De nieuw ontdekte ruimte wordt gevuld met ideeen waarvan sommige een snelle dood sterven en andere zich manifesteren in tastbare en bruikbare voorwerpen of structuren.
Als we kijken naar de moderne samenleving dan zien we dat het de commerciële wereld is die zich het meest bewust is van het leidende principe van het bewustzijn. Politiek, overheid en religie zijn star en houden vaak vast aan de overtuiging dat een samenleving top-down gevormd kan worden. Ze denken dat ze daadwerkelijk macht bezitten. In de commercie begrijpt men het bottom-up karakter van de samenleving, de kracht van mond-op-mond reclame, de kracht van een idee. Macht kun je alleen ontvangen, en dan nog alleen in bruikleen. Dus in de commercie is men zich bewust van de machtverlenende functie van het collectieve bewustzijn. Het peilen en beinvloeden van dit bewustzijn is de allereerste voorwaarde voor een succesvolle economie. Gaat de vinger van de pols, dan duikelt de koers. De vinger op de pols is het marktonderzoek, het medicijn is reclame.
Reclame is het informatiekanaal van de economie naar de mens. Via reclame vertelt de economie ons wat er van ons verwacht wordt om het economisch systeem in stand te houden. Aangezien de economie steeds sneller draait, omdat maatschappelijke ontwikkelingen elkaar steeds sneller opvolgen en de economische situatie steeds sneller beinvloeden, moet de reclame zich blijven ontwikkelen en zich steeds sneller aanpassen.
Het zijn hoofdzakelijk relatief jonge bedrijven die zich het meest flexibel opstellen binnen de snel veranderende samenleving. Denk hier bijvoorbeeld aan Youbedo. YouBeDo, boekenwinkel met een hartZe passen zich niet alleen aan in hun reclame-uitingen (wat veel relatief oudere bedrijven doen), maar op verschillennde manieren. In feite is hun hele opzet, hun fundering, anders. Waar oude bedrijven gericht zijn op kostenverlaging, omzetmaximalisatie en winstverhoging en deze doelen agressief en vaak meedogenloos najagen, daar is het fundamentele doel van van de jonge bedrijven coöperatie met de omgeving. Dit leidt niet alleen tot een bevredigende en winstgevende situatie voor alle betrokkenen, maar ook tot een sustainable situatie. (Duurzaam is niet het correcte woord, houdbaar is beter, maar werkt verwarring in de hand.)
Interessant is het om te zien dat de commercie door begrip, of minstens erkenning, van de kracht van het bewustzijn zo succesvol is. In korte tijd is de commercie de leidende rol gaan vervullen in de Westerse samenleving. Na de val van de Christelijke kerk en de opkomst van de Verlichting ontstond er ruimte in het geestelijke gebied van ons bewustzijn. De commercie heeft dit gat op kunnen vullen door gebruik te maken van onze behoefte aan zingeving. Zo is ze nu overal aanwezig in de Westerse samenleving: in de politiek, in de kerk, op straat en in de huiskamer. Commercie is de nieuwe religie.

De Katholieke kerk staat van de Christelijke kerken het dichtst bij het matriarchaat en is daarom de meest kleurrijke. De Katholieke kerk was dan ook de eerste Christelijke kerk en moest het in haar begintijd opnemen tegen de traditionele heidense tradities, waarin de vrouw de prominente rol vervulde. Door Maria een grote rol te geven en verschillende symbolen uit de heidense cultuur over te nemen en de betekenis ervan om te draaien (denk hierbij bijvoorbeeld aan het pentagram), werd het volk verleid oude gebruiken op te geven en de nieuwe religie te omarmen. Natuurlijk werden ook typisch mannelijke gebruiken als argumentatie, geld, dwang en vervolging toegepast om de effectiviteit (ook al zo’n mannelijk begrip) te vergroten. De Katholieke mis, vol theater en kleur, vraagt om onvoorwaardelijke overgave. De hostie is het lichaam. De wijn is het bloed.
De protestantse kerk is patriarchaal tot in de strakke voegen van zijn muren. Eeuwen later in een periode waarin de vrouw volledig werd onderdrukt, had Luther geen rekening meer te houden met de vrouw. Dit was zelfs geen overweging meer, de vrouw had haar stem in het openbare leven bijna geheel verloren. De Protestantse mis is kaal als de kerk en het zwart/wit is op de muren, in de boeken en de kleding. Het woord is het leidende principe, beeld is ondergeschikt en wordt gewantrouwd. Niet toevallig wordt het Protestantisme ongeveer een halve eeuw vooruitgegaan door de uitvinding van de boekdrukkunst, een uitvinding die een zee aan mogelijkheden ontsloot. Tot dan toe werden boeken met de hand geschreven en kleurrijk geillustreerd door monniken. Met de boekdrukkunst verdwijnt kleur uit religieuze teksten en wordt het mogelijk de wereld zwart/wit te penetreren met zwart/witte ideeen, en niet alleen onder religieuze supervisie.
De Protestantse kerk vraagt invulling. De hostie vertegenwoordigt slechts het lichaam, en wijn blijft wijn. De magische transformatie van hostie naar tastbaar lichaam, van wijn naar dik, ijzerrijk bloed wordt van de hand gedaan als volksverlakkende onzin.
Niet lang daarna luidden Newton, Bacon en Descartes met hun Verlichting de donkerste periode van de menselijke geschiedenis in.

Het gebruik van zwart/wit beelden heeft de potentie duidelijkheid te scheppen, het kan ons verschillen leren zien, maar wanneer we de werkelijkheid inruilen voor een zwart/witte interpretatie, gaat informatie verloren en staat het beeld bewustzijn van de genuanceerde eenheid der dingen in de weg. Daarvoor in de plaats komt een gemankeerd bewustzijn van radicale segregatie. Het is zaak zwart/wit (in beeld en in denken) als leermiddel te zien, als tijdelijk surrogaat voor de kleurrijke realiteit. Het is onze geestelijke onvolwassenheid, die zwart/wit in het leven heeft geroepen. Het is het speelgoed van een kind: een gesimplificeerde weergave van wat we uiteindelijk onder ogen moeten komen.

Nou?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s